
Mijn werk ontstaat vanuit een intuïtieve en lichamelijke omgang met materiaal. Ik vertrek zelden vanuit een vastomlijnd beeld. Door te schilderen, te schuren, te bedekken, weg te nemen en opnieuw op te bouwen, ontstaat geleidelijk een eigen beeldtaal.
Lagen, sporen en beschadigingen blijven zichtbaar. Ze worden niet weggewerkt, maar maken deel uit van het werk. In die voortdurende beweging tussen opbouwen en afbreken onderzoek ik wat verborgen blijft, wat naar de oppervlakte komt en wat verandert wanneer het opnieuw wordt aangeraakt.
Ik werk met verf en mixed media, maar ook met materialen die een eigen geschiedenis en aanwezigheid meebrengen. Textuur en materie zijn voor mij niet alleen dragers van het beeld: ze bepalen mee wat het werk wordt.
Mijn schilderijen bewegen tussen kwetsbaarheid en kracht, stilte en onrust, verdwijnen en verschijnen. Ze vertrekken vanuit een persoonlijke binnenwereld, maar willen die niet vastleggen of verklaren. Ik laat ruimte voor wat niet benoemd kan worden — en voor wat de kijker er zelf in ontmoet.